Na dagen vol steden, tempels en indrukken voelde Panna National Park als een verademing. Vroeg in de ochtend stapten we in jeeps en reden het park in. Het landschap bestaat uit bossen, rotsen en open vlaktes. De stilte was opvallend, bijna tastbaar.
Met elke bocht kon er iets verschijnen, en dat gebeurde ook. We zagen herten, antilopen, apen en uiteindelijk zelfs tijgers. Het moment waarop zo’n dier ineens uit het hoge gras tevoorschijn komt, blijft je bij. Alsof de jungle zich heel even laat zien.
’s Middags verruilden we de jeep voor een roeiboot op de Ken-rivier. Zonder motor gleden we over het water, omringd door vogels en reflecties. Geen stemmen, geen haast. Alleen het geluid van het water en de natuur om ons heen. Dit was India van een heel andere kant, rustig en ongerept.