In Etosha National Park stap je over in kleine open jeeps met lokale gidsen. Hier begint het echte safari-avontuur. Je vertrekt vroeg in de ochtend, wanneer het nog erg koud is. Trek dus veel laagjes aan en neem ook iets mee om je te beschermen voor de koude wind. Twee uur later wordt het wel al lekker warm.
Het landschap is droog en uitgestrekt, en juist daarom zijn waterplaatsen dé plekken waar dieren samenkomen. Etosha is geen park waar je de hele tijd overal dieren ziet, dus als je ze dan ziet voelt dat ook echt speciaal. Dan zie je in de verte eerst alleen een stofwolk, maar langzaam blijkt dit een olifant te zijn op weg naar een waterplaats. Wanneer hij langs de jeep loopt houdt iedereen zijn adem in. Of je ziet een leeuw die met zijn twee vrouwtjes heel relaxed komt aangeslenterd, maar de andere dieren bijna niet reageren. De gids legt uit dat de andere dieren voelen dat de leeuwen niet hongerig zijn, maar alleen maar dorst hebben, dus voelen ze aan dat er geen gevaar is. En de leeuwen gaan dus echt even water drinken en dan even zonnebaden aan de rand van hun zwembad. Zo gaaf!