Het zal je opvallen dat veel Birmezen hoffelijk zijn en graag bereid zijn je te helpen, zonder dat daar nu direct een materiële beloning tegenover staat. Cetana is een belangrijk beginsel in Birma, een begrip dat zoiets betekent als 'goede bedoeling'.
Birmezen spreken over het algemeen indirect, subtiel en zachtjes. Zo zullen ze niet gauw een `nee' verkopen. Verder gebruiken ze weinig formaliteiten. Uitdrukkingen als `dank u' en `sorry' zijn niet gebruikelijk. Men volstaat in de regel met een knikje. De bewoners storen zich aan luidruchtige, assertieve en directe manier waarop sommige buitenlanders zich uiten.
Respect - vooral voor ouderen en wijze mensen - speelt een belangrijke rol in de Birmese maatschappij. Aan tafel hoort een jongere niet een zitplaats te kiezen die boven een monnik of oudere persoon uitkomt. Birmezen zullen licht buigen als ze voor een gerespecteerde persoon langs lopen. Het criterium voor sociale status is eerder leeftijd dan rijkdom of een goede baan. Respect aan ouders, grootouders en leraren wordt ook betuigd door de kadawt, een groet waarbij de persoon voorover buigt en met ellebogen en voorhoofd de grond raakt.
Ouderen worden in Birma met respect aangesproken door door U (spreek uit ‘oe’) of Daw voor de naam te plaatsen, hetgeen respectievelijk meneer of mevrouw betekent. Bijvoorbeeld U Gyi Tin. Jongere mannen spreekt men met Ko aan, jonge vrouwen met Ma. Ouderen die jongeren aanspreken of gezinsleden onderling laten de aanspreekvormen ook wel weg. De aanspreektitel geeft niet alleen waardering en respect aan, maar ook de status.
Er bestaat in Birma niet zoiets als een voor- of een achternaam. Ook nemen Birmezen niet de naam van de ouders aan, al worden er wel eens delen van de naam overgenomen van ouders en grootouders. Vrouwen houden na het huwelijk hun eigen naam. Het is ongebruikelijk om een naam zomaar af te korten. Dat kan alleen als de betekenis zich daar voor leent.
Het is niet gebruikelijk in Birma om meningsverschillen openlijk te uiten. Je geduld verliezen, boos worden of een luidruchtige woordenwisseling in het openbaar betekenen namelijk 'gezichtsverlies'. Confrontaties worden het liefst uit de weg gegaan, om anderen niet in verlegenheid te brengen. Kritiek wordt direct als een persoonlijke belediging ervaren.
Ook het uiten van positieve emoties als genegenheid, gebeuren subtieler dan wij gewend zijn. Het in het openbaar tonen van affectie (zoals zoenen) tussen mannen en vrouwen wordt niet op prijs gesteld. Het is ongebruikelijk dat een man een vrouw aanraakt, zelfs voor vaders, broers en zonen. Bij het groeten tussen een man en een vrouw voldoet een glimlach en een knikje. Lichamelijk contact tussen de seksegenoten wordt wel makkelijk geaccepteerd, wat overigens niets met seksualiteit te maken heeft.
Veel Birmese mannen en vrouwen dragen een sarong die een longyi genoemd wordt. Mannen en vrouwen doen die longyi op verschillende manieren om. Mannen maken aan de voorkant een knoop, waarin ze ook geld en waardevolle spullen bewaren. Vrouwen slaan de longyi aan de voorkant naar binnen.
Broeken zijn een zeldzaamheid, ook voor mannen. De meeste vrouwen dragen een blouse tot aan de taille, met een diagonale flap aan de voorkant. Jonge vrouwen dragen ook wel een westerse blouse. In Rangoon dragen ze ook wel westerse rokken en jurken, maar nooit minirokken zoals in Bangkok. Zelfs die iets kortere longyi van moderne meiden wordt door veel ouderen gezien als onfatsoenlijk. Hoe minder huid je ziet, hoe beter, vinden ze. Toeristen hoeven zich heus niet van top tot teen te bedekken, maar een minirokje, een korte broek en blote schouders vinden Birmezen niet zo netjes.
Wanneer vrouwen naar de tempel gaan, dragen ze een blouse met lange mouwen van wat dikkere stof. De schoenen - of meestal slippers - gaan dan uit, een regel waaraan ook toeristen zich behoren te houden. Vooral als je naar een stad als Bagan gaat, met al zijn pagodes, is het handig om slippers aan te doen, omdat je anders constant de schoenen aan en uit moet trekken. Ook als je een huis binnengaat, hoor je de schoenen uit te doen. Probeer dan niet over tapijten, vloerkleden en matjes te lopen, want die zijn bedoeld om op te zitten.
Birmese meisjes en vrouwen smeren thanaka op hun gezicht. Een licht gele verfstof die gemaakt wordt van de bast van de Thanaka-boom. De bast wordt over een steen gemalen en daarna vermengd met wat water totdat er een lichte pasta ontstaat. De pasta wordt op de wang gesmeerd, soms met geometrische figuren erin. Thanaka werkt verkoelend, bestrijdt een vette huid en beschermt de huid tegen de zon. Vrouwen die op het veld werken smeren daarom dikke lagen op hun gezicht en armen. Sommige vrouwen geloven dat thanaka de huid lichter maakt en doen ook ’s nachts een dikke laag op hun gezicht.
Een geliefde bezigheid van Birmese mannen is het kauwen van kun-yar, stukjes betelnoot, kruiden en tabak verpakt in een betelblad. De smaak is bitter en zodra je erop kauwt, kleurt het goedje rood. Kun-yar brengt je in een ontspannen roes. Als de mannen zijn uitgekauwd spugen ze het goedje uit, meestal op straat. De stoepen in de grote steden zien dan ook rood. De junta vindt dat minder smakelijk en heeft boetes gezet op het spugen. Van dit verbod trekt niemand zich iets aan.
Astrologie heeft een centrale plaats in het leven van de Birmezen. Behalve te toekomst voorspellen, kunnen astrologen adviseren wat en waar de gelovige het beste kan offeren, en wat de meest geschikte dag is voor bijvoorbeeld zakentransactie. Birmezen zijn gefascineerd door het astrologische geluksgetal acht of een veelvoud hiervan. Volgens het Birmese idee van de kosmologie is het universum opgedeeld in acht windstreken en planeten. Rond de meeste pagodes bevinden zich daarom nog acht paviljoenen. Verder heeft een week acht dagen, waarbij de woensdag in tweeën wordt gedeeld. De dag waarop iemand geboren is, speelt voor de Birmees een belangrijke rol. Elke dag hangt samen met een windrichting, planeet en beest. Deze hebben invloed op iemands levensloop en karakter.
Bezoeken aan alle heiligdommen dient blootshoofds te gebeuren en op blote voeten. Als je om een pagode heen loopt, doe dat dan met de wijzers van de klok mee. Draag je je schoenen in de hand, dan houd je ze het best in de buitenste, de linkerhand, want schoenen gelden, net als voeten, als onrein en mogen daarom niet naar de heilige plaats wijzen. Ga dus niet met je voeten in de richting van een boeddhabeeld zitten en fotografeer vooral niet iemand die voor een boeddhabeeld zit.